Als je hoofd het niet meer doet

Denken, piekeren, peinzen, beslissen. Het voelt verdoofd, verward en niet van mij. Sinds kort ben ik het vertrouwen kwijt in mijn hoofd. De buitenkant doet het nog prima. Ik zie er geen dag ouder uit dan ik ben. Mijn ogen kunnen nog lachen, al kost het steeds meer moeite. De rimpeltjes zijn nog vriendelijk. De binnenkant is een heel ander verhaal.
Een meneer die er verstand van heeft vertelde mij een aantal jaren geleden dat ik veel in mijn hoofd zit. Zijn pogingen om meer bij mijn voelen te komen stuitten op argwaan. Voelen, bedacht ik, doe ik wel in mijn eigen tijd. Ik vertrouwde op mijn hoofd. Op mijn denken, mijn intelligentie en mijn volstrekte vertrouwen dat mijn brein mijn beste vriend was.

Nu wil mijn hoofd niet meer. Het voelt alsof mijn hersenen mij voor de gek houden. Ik vergeet, ik pieker, ik kan de uitknop niet meer vinden. Het geluid van ademhalen aan de andere kant van de kamer is al te veel. Gesprekken worden snel een kakofonie van een massasprint. De herinnering aan wat gezegd werd dompelt zich onder in mist. Ik lijk de controle te verliezen.

In allerijl komt mijn gevoel om de hoek kijken. De meneer van weleer zou eens moeten weten. Alleen is dit niet wat ik wil voelen. Paniek. Verwarring. Boosheid. Onrust.

Het is de val. Met mijn hoofd op de plavuizen. Het is een trauma. Het ziekenhuis, de dood. Het is stress. Ik werk te hard, ik doe te veel. Te veel alleen. Alle ballen in de lucht. Ik weet niet wat het is. Ik weet alleen dat mijn hoofd overuren maakt en ik het stil wil zetten.

Rust. Ruimte. Niets. Even niets. Totdat mijn hoofd het weer doet.