Ik pak mijn oude laptop. Lees eerst nog wat berichtjes op mijn telefoon, de alomtegenwoordige redder in nood als ik iets wilt uitstellen. Gisteren vertelde ik mijn dochter ‘ soms moet je iets gewoon doen en niet te lang wachten’ . Het ging over haar autorijlessen. Al dagen of eigenlijk weken, of misschien wel mijn hele leven denk ik aan dingen doen. Gedaan heb ik genoeg. De vraag is of het de dingen waren die ik graag wilde.
6 maanden heb ik niet gewerkt. Als je werken beschouwt als arbeid verrichten tegen een bepaald salaris. Toch heb ik de afgelopen maanden het hardst gewerkt van mijn leven. Het heeft mij in elk geval het meeste opgeleverd. Rust in mijn hoofd, inzichten in mijzelf, een mildere blik naar mijn omgeving. En het besef dat ik er nog niet ben. Dat ik nog niet weet waar ‘er’ voor staat. Wat ik wel weet dat ik mezelf dankbaar ben. Dankbaar dat ik na jaren van mezelf voorbij hollen, meedoen met de rat race van deze maatschappij, pijn verdringen door nooit te stoppen, altijd blijven lachen en mijn grenzen steeds weer verder oprekken, ben gestopt. Ik heb op de rem getrapt. In eerste instantie was het een noodstop. Niet te vermijden omdat er anders ongelukken zouden gebeuren. Na de noodstop heb ik langzaam leren remmen. In plaats van het gaspedaal en de noodstop kan ik nu ook steeds beter zachtjes de rem aantikken. Voelen. Voelen wanneer het nodig is wat gas terug te nemen. En stapvoets leren rijden.
Ik ben mezelf dankbaar dat ik hulp heb aangenomen. Nieuwe vrienden heb gemaakt en sommige vrienden bekenden zijn geworden. Ik zeg zacht tegen mezelf dat ik belangrijk ben. Soms zeg ik het hardop. Tegen mijn leidinggevende bijvoorbeeld. Hard werken geeft niet altijd voldoening. Werken aan de juiste dingen wel.
Ik weet nu beter wie ik ben. Waar ik vandaan kom. Wat ik geleerd heb en nog wil leren. Vandaag is het vrijdag 10 uur in de ochtend en ik schrijf. Ik schrijf en blijf schrijven. Mijn hoofd stroomt over van ideeën en ik geef ze de ruimte.
Buiten schijnt de zon. In mijn hart ook.