De tere vleugels van een vlinder. Soms leven ze maar een dag. Die dag duurt voor hen een leven lang. Ook de vlinder weet niet wanneer de dag overgaat in het donker. Tot die tijd fladdert de vlinder van bloem naar bloem, op zoek naar lichtheid. Naar de zoete geur van het bestaan. Wij noemen het gelukkig zijn. Niemand weet precies wat het is, tot je het voelt. Net als de vlinder fladderen wij, zoeken wij totdat we het proeven, voelen, zijn. Maar al te vaak beseffen we het niet, te druk als we zijn met het jagen naar het onbekende in de verte. Sommige mensen kunnen het. Voelen en zijn in het moment. Dichtbij iets of iemand.
Een intens gevoel, mooi en angstig tegelijk. Kwetsbaar. Zoals je de vlinder voorzichtig wilt vangen in het kommetje van de hand, vingers luchtig dichtgeslagen. Vasthouden, niet loslaten. Nooit meer loslaten.
Totdat de schemering valt, altijd eerder dan het tijd is. Voorzichtig open je je vingers. De vleugels trillen nog wat na. Laat los, laat gaan. Kijk, het wordt donker en de vlinder vouwt haar vleugels toe.
Ter nagedachtenis aan Jaap Oesterholt, 8 oktober 2022